Het kleine kanjerboek
De vlinders vertellen over het “kleine kanjerboek”: Shanaya: Max ontdekt de pestvogeltjes, de konijntjes, de aapjes en de tijgertjes. Achter de struik is hun dorpje. De pestvogeltjes hebben een zwarte pet aan, ze spelen soms ook de baas, ze doen heel gemeen en ze doen soms ook nog dennenappeltjes gooien. Jyri: De konijntjes zijn bang en kruipen onder de tafel, ze spelen nooit buiten totdat de moeders van de tijgertjes witte petten gingen maken voor de konijntjes met de gele petjes. Toen durfden ze wel naar buiten! Nienke: De aapjes hebben een rode pet op en die lachen uit. Ze lachen de konijntjes uit, zij zijn bang. Ze moeten lachen omdat de pestvogeltjes pesten. Ik vind het niet zo leuk dat ze dat doen. Zoë: De tijgertjes met de witte petjes zijn dapper, ze lopen gewoon door en ze pesten niet. Ze spelen nooit de baas, ik vind de tijgertjes lief. De pestvogeltjes spelen wel altijd de baas. Soms doen kinderen dat in de klas ook en dan ga ik zeggen: “hou op, ik vind dat niet leuk!” en als ze dan nog niet ophouden ga ik naar de juf. Peter: Ik vind dat niet leuk want de pestvogeltjes die doen niet zo gezellig en dat vind ik niet leuk. De tijgertjes vind ik wel leuk, nou omdat die heel erg lief zijn. Soms heb ik ook een gele pet op, dan schrik ik en ben ik een beetje bang. Tyrone: Ik heb weleens de witte pet en ik ben overal niet bang voor! Ook niet voor koeien, voor spoken, voor enge geluiden, ik ben ook nergens bang voor, voor die Oehoe enge geluiden! Ik ga nooit uitlachen zoals de aapjes met de rode petjes op. Yoeri: Ik heb altijd de witte pet op, ik ben nooit bang, ik lach nooit uit en ik plaag weleens. Als kinderen het niet leuk vinden dan stop ik. Soms hoor ik dat soms niet, dan zeggen ze dat ik niet stop. Yousri: De witte petjes ze zijn dapper en ze spelen niet de baas. Ik heb weleens de witte pet op en ook de zwarte pet, dan zeg ik dat iedereen niet mee mag doen. De kindjes vinden dat niet leuk, ze zeggen het dan tegen de juf, dan zeg ik dat ook tegen de juf. Als iemand lief doet mag hij wel meedoen. Soms ben ik altijd lief maar soms niet! Babette: Ik heb soms wel de rode pet op dan ga ik lachen. De konijntjes zijn dan heel bang als de pestvogeltjes gaan plagen. Xavi: Weet je wat ik soms ben, een wit petje maar soms ook een zwart petje. Als ik een wit petje op heb, dan ben ik lief en soms ben ik ook wel stout! Dan plaag ik mijn zus! Ze zegt dan niks of ze plaagt terug. Dan ren ik weg en dan komt ze achter me aan. Weet je wat ik dan doe? Dan verstop ik me achter mijn mama! Tim: Als ik ruzie heb, zeg ik :”als je nu niet ophoudt dan ga ik het tegen de juf zeggen”. Als die dan nog niet ophoudt dan ga ik heel boos op ze worden. Als we buiten hebben gespeeld vraagt Janneke iets, dan vraagt ze of er iets gebeurd was en dan praten we over het spelen. Levi: Als we in de kring zitten vraagt Janneke hoe het buitenspelen is gegaan. Als we buiten spelen, spelen we de Ninja turtles! Dat vind ik leuk! Huub: Met buitenspelen had ik met Levi, Yousri, Pelle en Sid gespeeld. Ik vind buitenspelen leuk omdat mijn vriendjes op school zitten. Charlotte: Ik vind Yoeri mijn beste vriend omdat hij een keer bij mij komt spelen. Naomi en Isabel zijn mijn beste vriendinnen. Ik ga soms ook wel een beetje plagen en als ze “hou op!” zeggen dan stop ik. Als je ruzie hebt gemaakt zeg je daarna sorry. |